Tijdens het overleg van afgelopen maandag 17 juni 2019 is met een aantal rasverenigingen gesproken over waar we nu staan met de fokkerij van rassen met een korte voorsnuit en hoe wij de toekomst van de fokkerij voor deze rassen op een verantwoorde wijze kunnen continueren in Nederland. De overheid heeft duidelijke grenzen aangegeven voor de fokkerij van rassen met een korte voorsnuit in Nederland.

De Raad van Beheer zal in overleg met de rasverenigingen tot goede en wetenschappelijk onderbouwde fokbegeleidingsplannen komen die aantonen dat het fokken van honden met een korte voorsnuit onder bepaalde voorwaarden mogelijk moet zijn, zonder dat concessies gedaan worden aan de gezondheid van deze rassen. Zo moet het met maatwerk per ras mogelijk blijven om te fokken met stamboomhonden.

Fokkerij is alleen mogelijk door middel van een goede samenwerking met de fokkers en rasverenigingen. De fokker is immers eindverantwoordelijk. Met de rasverenigingen is gesproken over oplossingsrichtingen waarbij per ras regels gesteld worden op o.a. het gebied van aankeuringen, gezondheidsscreenings, conditietesten en het inzetten van look-alikes en outcross. Iedereen is er van overtuigd dat samenwerken nodig is om per ras tot een breed gedragen fokbegeleidingsplan te komen.

Er is een tijdelijke commissie samengesteld met een vertegenwoordiging van de belangrijkste kortsnuitige rassen. Deze commissie gaat samen met de Raad van Beheer een concept voorbereiden van het fokbegeleidingsplan. Uitgangspunt daarbij is dat het concept past binnen de door de overheid gestelde voorwaarden, rekening houdend met de gezondheidsstatus en populatiediversiteit van het ras.

Het streven is om 1 augustus 2019 de fokbegeleidingsplannen per ras uitgewerkt te hebben. Deze gezamenlijke fokprogramma’s worden verwerkt in een plan van aanpak dat zal worden aangeboden aan het Ministerie. Vooraf zal door de rasverenigingen een draagvlakpeiling onder de leden plaatsvinden.

Auteur: Raad van Beheer